20-02-05

Kerselare

Onze Lieve Vrouw van Kerselare.
 
In ons Vlaamse land, slingert zich de Schelde. Aan verschillende plaatsen bij die stroom hebben zich steden genesteld. Een daarvan is Oudenaarde. Oudenaarde ligt als je van het noorden uit nadert, in het begin van de Vlaamse Ardennen. Op haar grondgebied bevinden zich verschillende dorpjes en gehuchtjes. Onder die dorpjes is Volkegem. Er zijn ook wat hoogtes. Een daarvan is de Edelareberg. Op die berg is in 1965 een gloednieuwe kapel gebouwd: een hellend betonnen vlak. Het doet vreemd aan: ruw en kil beton. Een mens moet het leren ontdekken. Er is bewust geopteerd voor een lichtinval die de "Zoete Lieve Vrouwe" omstraalt en ons weg van folklore en bijgeloof brengt waar we horen te zijn: bij haar zoon Jezus Christus.
Twee gebeurtenissen leerden mij het bedevaartsoord kennen. De eerste was dat een van mijn kleindochters er met haar klas op bedevaart gegaan was, en er dan ook over vertelde. Een tweede gebeurtenis was in augustus vorig jaar. Ik had de belbus in Oudenaarde richting Mater genomen, en die autobus passeerde het bedevaartsoord. Dan ook daar naartoe gewandeld. Het is een boomrijke en stille omgeving. Het is een rustige groene oase van rust, op een paar horecazaken na. De kapel valt in het eerst niet op, omdat zij de lijn van de heuvel volgt. Het is maar door de strakke rechtlijnigheid dat zij zich naar voren brengt en de aandacht trekt.
Maar waarom is - nu nog geen vijftig jaar geleden - zo een grote kapel gebouwd?
Laat me 600 jaar geleden beginnen. De pastoor van Volkegem had een Mariabeeldje. Na zijn dood in 1452 werd het buiten aan een boom, aan een kerselaar opgehangen. Niets vreemds mee. Waar men gaat langs Vlaamse wegen komt men van deze beeldjes tegen. Ze getuigen van de godsvrucht die vele mensen kenmerkt. In dit geval kreeg het beeld een kapel. We schrijven dan 1460. De kapel kreeg een zeer eigenaardig ex voto. Een meneer, genaamd van Joigny, offerde in 1555 een krokodil. Nu nog hangt in de kapel een krokodil. Het is weliswaar niet de originele krokodil. Die heeft de Franse tijd niet overleeft. Het beeldje zelf zit in een schrijn dat op haar beurt Maria met haar goddelijk Kindje op de arm voorstelt. Beiden zijn gekroond.
Het is een teken dat ons uit het einde van de negentiende eeuw is overgebleven. Naar aanleiding van de Maria-verschijningen, werd de Allerheiligste Maagd ook in oudere bedevaartsoorden opnieuw met nadruk vereerd. De Moeder van de Kerk werd hier in een grootse plechtigheid in 1892 gekroond. De kapel van 1570 brandde echter in 1961 volledig af. Tot geluk van de pastoor, de koster en de bedevaarders werd het schrijn, evenals andere liturgische voorwerpen, gered. Een paar jaar moesten dan de missen in een tent doorgaan. Ondertussen konden de mensen voor de nieuw te bouwen kapel dan kiezen uit de ontwerpen die verschillende architecten voorstelden. Uiteindelijk is het een ruimte geworden van 18 bij 18 meter, waarbij het schuine dak nog 13 meter doorloopt. Wars van triomfalisme is hier sindsdien een sobere ruimte die tot bezinning en inkeer aanzet.
De kapel biedt een kleine en een grote omgang. De korte omgang van de zeven weeën loopt omheende kapel. Daarnaast is er een lange omgang. Vijftien kapelletjes die de mysteries voorstellen beslaan een traject van wel 3 kilometer door de Vlaamse Ardennen. Hier wordt het tientje van de rozenkrans gebeden tussen de staties in. Als je komt bedevaarten, alleen met je gezin of in groep, bidt dan:

Wees gegroet Maria,
Wij zijn Blij dat wij U. te Kerselare
Reeds zolang mogen groeten en vereren.


Guy Verhelst, Zelzate België
De tekst is gepubliceert in "De moderne Pelgrim" van april/mei 2004.

15:21 Gepost door Vitus Alnus | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.